Colofon:
tekst:
Sola Virtute, Arnhem
www.solavirtute.nl
grafische vormgeving:
Coen Pausma, Arnhem
website ontwikkeling:
Reseller Services, Arnhem
www.rs.nu
fotografie kunstwerk:
Herman van Ommen, Arnhem
concept en uitvoering
kunstwerk Boven Tafel:
Huijbers en Agelink, Arnhem
GELUKKIG ZIJN
|
|
||||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
||||||
|
De aarzelende komst van de welvaart De jaren vijftig: heel voorzichtigjes, als een badgast met watervrees, maakte de welvaart haar entree bij de gewone mensen. Via de links hieronder kom je bij verhalen over Amsterdam-Oost uit. Over hoe oma op de divan in de woonkamer sliep omdat ze geen eigen huis meer had. Over stompjes potlood, waarmee je op verpakkingsmateriaal een mooie tekening maakte. Armoede? Wel in onze 21e eeuwse ogen. Toen was het normaal. Heel veel mensen leefden zo.
Van de Hulst of toch liever Thijssen? W.G. van de Hulst (1879 – 1963) was onderwijzer, schoolhoofd en kinderboekenschrijver. In de periode 1920 – 1960 was hij een bepalende figuur voor de jeugdliteratuur van christelijke signatuur. Hij had uitgesproken opvattingen over de rol van literatuur bij het opvoeden van kinderen. Best goede ideeën, welbeschouwd. Zo pleit hij voor de bevordering van de leeslust van kinderen door middel van meeslepende goed geschreven boeken. Daar valt natuurlijk niets op af te dingen. Maar tegelijkertijd gaat hij als een furie tekeer tegen de nieuwe ontwikkelingen die de vijftiger jaren brachten. En daarmee plaatste hij zichzelf uiteindelijk buiten spel. Aan de horizon doemden de zestiger jaren op – nog even en die zouden als een stoomwals over zijn verschijning gaan. Waarom? Omdat Van de Hulst polariseerde. Hij weigerde de veranderende tijdgeest met open oog tegemoet te treden. Zo beweerde hij: In het kinderzoek is men deze decadentie van de kinderlijke belangstelling reeds sinds lang - maar op verkeerde wijze - tegemoet gekomen. Ik denk hier o.m. aan de sterk-sensationele jongensstreken-roman, - een genre dat soms uitwies tot een soort schundlitteratuur in kinderland. De Amerikaanse onsmakelijkheid, de inhoud van een plaatjesverhaal te demonstreren in woorden, die als wanstaltige blazen de monden der optredende figuren uitpuilen, heeft zelfs de Bijbelse Geschiedenissen in deze niet ontzien. De ‘beeldroman’ kwam. Gelukkig, hij schijnt aan zijn eigen bloedarmoede ten gronde te gaan. Mogelijk is het wachten nu op de ‘droompil’, die het kind enkel maar heeft op te zuigen, om in zijn geest de schoonste verbeeldingen te zien verschijnen. En dan - dàn zijn we juist aan de opium toe. Dit is de weg niet, - en nóóit! Het onderliggend thema dat Van de Hulst hier behandelt, is de vraag: ‘hoe bereid je jonge mensen voor op hun toekomst als volwassene?’ Dat is een kwestie van alle tijden, en vandaag de dag is die opnieuw hoogst actueel. Denk maar eens aan het debat over normen en waarden, dat nu plaatsvindt. Een tijdgenoot van Van de Hulst die ook schreef over de weg die jonge mensen afleggen, was de onderwijzer en schrijver Theo Thijssen (1879 -1943). Anders dan bij Van de Hulst, zijn de ideeën van Thijssen nooit als ouderwets beschouwd. Integendeel, jaren verstreken, mensen verouderden, maar de woorden van Thijssen hebben hun jeugdige glans nooit verloren. En zo spreekt Thijssen over taal: Kijk eens, ik mag daar nou af en toe lachend over spreken, als iemand met taal knoeit, maar in m’n hart vind ik het toch altijd ellendig. Ik vind onze taal een goddelijk, heerlijk iets, en ik ken geen beroerder soort mensen, dan die voor taal geen eerbied hebben. Hoor een kind, hoor een man op straat, hoor een mens, waar ook, zich uiten; altijd is die taal voor mij dat levende wonder, waar ik stil van worden kan. Hoe zou Thijssen over onze straattaal denken? And abt txt sms? Goques 4u?
Annie! Ze hebben elkaar net gemist: Theo Thijssen overleed in ’43 te Amsterdam. Drie jaar later arriveerde Annie Schmidt in dezelfde stad, om er bij Het Parool te beginnen als chef Documentatie. Gelukkig ontving Schmidt in 1964 de Staatsprijs voor een Kinderboek, de latere Theo Thijssen prijs. Zo hebben ze elkaar toch nog de hand gereikt. Annie Schmidt toverde met woorden. De spruitjeslucht die over Holland hing, werd in haar keuken getransformeerd tot een frisse brutale bries. Een zeebries. Wat dan weer problemen gaf. In het Parool verscheen de maandelijkse feuilleton Het Schaap Veronica. In een aflevering maakte Veronica tezamen met de personages de dames Groen en de dominee, een tochtje naar zee. Waarop boze brieven van verontwaardigde Paroollezers volgden - een dominee aan zee! Dat gaat te ver! Dat is niet Fatsoenlijk! Niet Hoogstaand! Annie kon nog veel verder gaan: Bah, zei het schaap Veronica, het regent pijpestelen! Ja, zegt u dat warempel wel, zeiden de dames Groen, ’t is weer, om met z’n allen straks een erfenis te delen. Die is er niet. Maar zullen we een spelletje gaan doen? Hèèè, zei het schaap Veronica, hè, gaan we zakdoekleggen? Nee, liever blindemannetje, zo sprak de dominee, Dat Heft mij altijd Op, om ’t maar eens heel gewoon te zeggen, wanneer ik blindemannetje speel, vergeet ik al het Wee! Kom, zei het schaap Veronica, ik blinddoek u wel even. Ziet u nou eerlijk niets meer? Hoeveel voetjes heb ik hier? Eh, twintig, zei de dominee, nee negentien, nee zeven! Gunst, zeiden toen de dames Groen, en ’t beest heeft er maar vier. Daar liep de arme dominee te hijgen en te blazen. Ik weet niet waar ik ben, riep hij. Is dit het fietsenhok? Daar heb ik iets! Mejuffrouw, eind’lijk heb ik u te grazen! Nee, zeiden toen de dames Groen, dat is de staande klok... Ach werk’lijk? zei de dominee, wat kan men zich vergissen. Wat is dit voor een wollen ding, is dit een vatenkwast? Ja heus, het is een vatenkwast, dat kan bepaald niet missen! Au, zei het schaap Veronica, u hebt mijn staartje vast. Hoera! Hoera! U bent hem! juichte blij de dominee. Ja, zeiden toen de dames Groen, maar eerst... een kopje thee.
| ![]() ![]() |









