Colofon:
tekst:
Sola Virtute, Arnhem
www.solavirtute.nl
grafische vormgeving:
Coen Pausma, Arnhem
website ontwikkeling:
Reseller Services, Arnhem
www.rs.nu
fotografie kunstwerk:
Herman van Ommen, Arnhem
concept en uitvoering
kunstwerk Boven Tafel:
Huijbers en Agelink, Arnhem
OVER DE WIJK HET FRANSE GAT
|
Woningnood ‘Ooooo, Hadde we maar een woninkie, een woninkie, dat is onze enige gedachte. Hadden we maar een klein gezellig woninkie. Motte we nou nog zeven jaren wachten, Motte we nou nog zeven jaren op een lijssie staan o Sjaan o Willem o Sjaan’ aldus werkster Sjaan en haar vrijer politieman Willem. Hun woorden kwamen uit de pen van Annie M.G. Smidt, die ze schreef voor het beroemdste hoorspel van de vijftiger jaren: In Holland staat een huis, beter bekend als de Familie Doorsnee. Met het onderwerp ‘woningnood’ sneed Annie één van de kernthema’s uit deze periode aan. De combinatie van een verwoestende oorlog en de babyboom die daarop volgde, maakte dat er een groot, groot tekort aan daken was. Waar gewoond kon worden, werd gewoond. Zo leefden er mensen in treinwagons op de spoorwegemplacementen bij Hilversum. Anderen maakten zich een onderkomen op zolders en in kelders. Er werd dus gebouwd, en hoe! Overal verrezen nieuwe wijken en buurten. De wijk Het Franse Gat is een goed voorbeeld van bouwen-tegen-de-woningnood. De gestandaardiseerde aanpak moest het bouwproces versnellen en tegelijkertijd een gezonde woonomgeving garanderen. Hiermee werd de blauwdruk geleverd voor de latere nieuwbouw, zoals onze huidige Vinexwijken. Mon oncle In de film Mon oncle van Jaques Tati worden de bouwgewoonten van het vooroorlogse Frankrijk tegenover de hypermoderne architectuur geplaats. Tati speelt de oom van het jongetje Gérard, die met zijn ouders in een nagelnieuw huis woont, vol met de laatste snufjes. Gérards oom, mijnheer Hulot, leeft echter in een oud brik in een verlopen wijk in Parijs. Maar ook al is de wijk oud en het huis krakkemikkig, de sfeer en de mentaliteit zijn er warm, gezellig en gemoedelijk. Eerlijk gezegd gaat Gérard veel liever met zijn oom op avontuur in het romantische en spannende Parijs, dan dat hij met zijn ouders in hun stijlvolle, maar kille (en tamelijk belachelijke) woning verblijft. In de film wordt het scherpe contrast tussen de oude en de nieuwe bouw voortdurend zichtbaar gemaakt. Door een kier in een oude schutting kijk je uit op brandnieuwe witte kolossen. Straathondjes verbazen zich over de wonderbaarlijke tuin van Gérards ouders. Mijnheer Hulot raakt het spoor bijster in de keuken van zijn zus en zwager. En ga zo maar door. Mon oncle op youtube:
Domweg gelukkig in Het Franse Gat Jacques Tati was pessimistisch over de standaardisatie in de moderne architectuur. Hij geloofde dat daarmee de warmte en het vertrouwde uit onze leefomgeving werd verjaagd. Misschien gold die aanname voor het huis van de ouders van Gérard, maar het is zeker niet van kracht voor Het Franse Gat. Toen woningbouwvereniging Patrimonium een paar jaar geleden haar jubileum vierde, werden mensen die al vijftig jaar op hetzelfde adres woonden, in het zonnetje gezet. En welke wijk kwam toen volop in beeld? Juist. Het Franse Gat. Veel mensen wonen hier al vanaf de vijftiger jaren. Omdat ze verknocht zijn aan hun wijk. Iets van die verknochtheid kan je voelen wanneer je door de wijk loopt. Aan de tuinen bijvoorbeeld, die vaak liefdevol verzorgd zijn. Of de vele kleine ingrepen die bewoners op hun omgeving pleegden. Aan de geschiedenis van vijftig jaar, die in de stenen is gekropen. Neuzen op internet
| ![]() ![]() |


